Essay door Gerrit-Jan van Meeteren
Ik groeide op met de overtuiging dat ik perfect moest zijn en vooral niet tot last. Ik moest me altijd goed gedragen en goede cijfers halen. Ik moest gemakkelijk vrienden maken en weinig emotionele stress ervaren en stabiel zijn. Ik moest er alles aan doen om mijn moeder geen extra stress te bezorgen. Op zeer jonge leeftijd werd ik de ouder voor mijn broers en zus en voor mijn moeder (allemaal met een verstandelijke beperking).
Vanuit het perspectief van mijn moeder zag alles er bij mij blij, kalm en beheerst uit. En dus gaf mijn moeder het merendeel van haar tijd en aandacht aan mijn broers en zus met beperkingen. Wat ze niet zag, was wat het met me deed. Ik was een glazen kind. Ik schrijf dit omdat ik gezinnen wil aanmoedigen dat inclusie ook thuis belangrijk is, inclusie van kind(eren) met én zonder beperkingen.
Maar wat is een glazen kind?
Glazen kinderen zijn kinderen die opgroeien in een thuissituatie met een broer of zus die een onevenredige hoeveelheid ouderlijke energie en aandacht opeist. Dit kan een kind zijn met een duidelijke fysieke, cognitieve of emotionele beperking; het kan ook een kind zijn met een verslaving, een ernstige ziekte of significante gedragsproblemen. Hun doorgaans overvraagde ouders zien onvoldoende de behoeftes van hun andere kinderen en kijken dwars door hen heen.
Zie hier een uitleg over de term 'glazen kind' (in het Engels) door Alicia Maples: https://www.youtube.com/watch?v=MSwqo-g2Tbk
Ik hoor vaak van mede-broers en -zussen dat het zij zich ook ‘onzichtbaar’ voelden tijdens het opgroeien. Op een gegeven moment was er een individu of groep mensen die het inzicht had om enkele thema's in de broers- en zussenervaring te herkennen en een term te creëren om ons te beschrijven, dit voelt – althans voor mij – alsof we een beetje meer erkend worden dan we misschien denken.
Hun doorgaans overvraagde ouders zien onvoldoende de behoeftes van hun andere kinderen en kijken dwars door hen heen.
Hoe ik ben geworden wie ik nu ben
De gezinssituatie waarin ik opgroeide heeft mij, onmiskenbaar, diep gevormd. Het maakte mij tot wie ik ben: empathisch, opmerkzaam, dienstbaar – maar ook op momenten kwetsbaar. Ik ontwikkelde al op jonge leeftijd een sterk instinct. Ik voelde alles haarfijn aan. Spanningen, veranderingen in energie, emoties die niet werden uitgesproken – ik pikte ze moeiteloos op. Dat instinct is tot op de dag van vandaag een kracht, maar soms ook een last.
Ik wil graag helpen. Altijd. Dat zit in alles wat ik doe – privé én in mijn werk. Ik heb een diepgeworteld verlangen om bij te dragen, om waardevol te zijn voor anderen. Ik ben betrokken, loyaal, geef veel van mezelf, en wil onderdeel zijn van iets groters. In mijn werk streef ik naar verbinding met het team, en wil ik bovenal het gevoel hebben dat ik écht iets beteken.
Maar ik ben ook iemand die vaak twijfelt. Ik kan onzeker zijn over wat ik doe – of het genoeg is, of het goed genoeg is. Die innerlijke stem die vraagt: ‘Heb ik het wel goed gedaan?’ is mij maar al te bekend. Het is een direct gevolg van jarenlang proberen perfect te zijn, niemand tot last te zijn, alles zelf op te lossen. Het is niet altijd gemakkelijk geweest. Maar wat mij kenmerkt, is dat ik altijd ben blijven geloven in het goede – in mensen, in groei, in de kracht van kwetsbaarheid. En het klinkt truttig maar ik denk altijd: “Het wordt weer beter, achter de wolken schijnt te zon. Wie goed doet, wie goed ontmoet”.
Een glazen kind is dus niet breekbaar of fragiel, juist niet, het maakte mij tot wie ik ben.
Laten we praten over verandering
Vandaag wil ik gesprekken over het begrip inclusie binnen en buiten het huis verbreden, , om meer te kijken naar de gezinscontext en het systeem mee te nemen. Broers en zussen van kinderen met beperkingen moeten zich emotioneel verbonden voelen. Geestelijke gezondheid is op alle leeftijden essentieel en het creëren van een veilige omgeving voor alle gezinsleden om zich te uiten en te delen is ongelooflijk belangrijk. Broers en zussen van kinderen met beperkingen moeten zich ook ‘logistiek’ betrokken voelen. Historisch gezien hebben broers en zussen weinig kansen gehad om informatie en ondersteuning te ontvangen. Ze worden vaak overschaduwd thuis en over het hoofd gezien door zorgverleners. Dit is geen goede denkwijze van ouders en zorgverleners die het inzicht zouden moeten hebben om te beseffen dat het de broer(s) of zus(sen) zijn die op een dag de zorgverantwoordelijkheid zullen overnemen. Het betrekken van broers en zussen bij levensbepalende besluitvormingsgesprekken en toekomstplannen van je broer of zus is dus belangrijk.
Glazen kinderen worden glazen volwassenen
Oké, de term ‘glazen volwassene’ bestaat officieel niet. Maar voor vele kinderen die zijn opgegroeid met een broer, zus of ouder met een beperking en zich meer ‘doorkeken’ dan ‘aangekeken’ hebben gevoeld… verdwijnt dat gevoel niet zomaar. Het script dat je als kind leert, speel je als volwassene vaak opnieuw af.
Het script dat je als kind leert, speel je als volwassene vaak opnieuw af.
In een Ted-talk over glazen kinderen zegt Alicia: ‘De gedragingen en overtuigingen die zich tijdens onze kindertijd vormen, dragen we mee in ons volwassen leven, tenzij er iets gebeurt dat die cyclus doorbreekt. Bij volwassenen uit zich dat vaak in verslavingen of zelfdestructief gedrag, en in een structureel laag zelfbeeld, omdat glazen kinderen worden geconditioneerd te geloven dat hun eigenwaarde afhangt van hoe anderen hen zien.’
Geloof me als ik zeg: dat klopt. Ik heb jarenlang gezocht naar bevestiging – en niet altijd op de juiste plekken of bij de juiste mensen. Ik heb fouten gemaakt, zoals ieder mens. Maar vaak wist ik niet eens wát mij dreef. Ik was geleerd om te pleasen. Om nooit ‘nee’ te zeggen. Maar ik heb geleerd. Soms op de harde manier. En ik ben er nog. Ik ben nog steeds mezelf. En ik geniet van het leven, want dat heb ik wel van mijn moeder geleerd: Dat het leven ook heel mooi is én dat onvoorwaardelijke liefde bestaat.
