MagaSien 3 - 2024

4 Als Manuela drie jaar is, overlijdt haar vader. Ze krijgt van haar moeder de opdracht om het te gaan vertellen aan vrienden. ‘Ik moest zeggen dat papa dood was. Ik denk dat ik totaal niet besefte wat dat betekende, maar ik moest het doen en dus deed ik het.’ Manuela zorgt in haar vroege kinderjaren voor het huishouden en is aanwezig bij de gesprekken met artsen. Haar peetoom en vrienden houden het gezin in de gaten, tot het echt niet meer gaat. Bonbons Op zevenjarige leeftijd gaat Manuela bij een pleeggezin wonen. Ze ziet haar moeder regelmatig, maar gezellig is het niet. ‘Mijn moeder was altijd negatief. Ze kon nog zo’n leuke dag gehad hebben, dan nog ging het slecht met haar. Ze vroeg nooit eens hoe het met mij ging, in mij had ze totaal geen interesse. In ons dorp was eens een reclame die zei dat een kind het mooiste geschenk is dat er is. Dat raakte mij. Voor mijn moeder is het mooiste geschenk een doos bonbons, dacht ik. Ik heb echt veel gemist. Ik kan niet eens goed begrijpen wat. Veiligheid, geborgenheid, aandacht, maar ik denk dat het nog wel meer is dan dat. Het is zo complex. Ik kan me voorstellen dat hulpverleners daar niet goed op zijn toegerust. Daarom vind ik het ook belangrijk om mijn verhaal te delen.’ Wederkerigheid Inmiddels woont haar moeder in een verpleeghuis. ‘Ze is nu 67 jaar, maar ze lijkt wel twintig jaar ouder. Ze heeft hartfalen, een slechte nierfunctie, epilepsie en wat al niet meer. Ze wordt verzorgd, praktisch gezien heb ik geen zware taak. Emotioneel vind ik het wel zwaar, omdat er geen wederkerigheid is. Als ouders goed voor jou hebben gezorgd, geeft dat je de kracht en liefde om voor hen te zorgen als ze ouder worden. Ik moet er zijn voor een moeder die er nooit voor mij was. Ze heeft nooit energie in mij gestopt. Ze heeft mij niet opgevoed. Als ik naar het ziekenhuis moest voor buisjes, ging zij niet met mij mee. Maar ik moet wel met haar mee naar artsen. Rationeel kan ik het allemaal wel plaatsen, maar emotioneel blijft het schuren.’ Zorgplan Manuela bezoekt haar moeder elke maand. Tussendoor krijgt ze tal van andere vragen van het zorgpersoneel. ‘Niet per telefoon, maar op mijn verzoek per e-mail. Dan kan ik zelf beslissen wanneer ik erop reageer.’ Als mentor moet Manuela jaarlijks beslissen over het zorgplan. Ook dat vindt ze lastig. ‘Ik ben nooit in de gelegenheid geweest om met haar het gesprek te voeren over hoe ze oud wil worden. We hebben geprobeerd om het met haar te bespreken, maar dat gaf onrust. ‘Ik ben goed geworden in het wegcijferen van mezelf. Als iedereen om me heen het maar fijn heeft, ik neem genoegen met de restjes. Dat is eigenlijk the story of my life.’ Manuela groeide op bij een moeder met een verstandelijke beperking. Nu haar moeder ouder wordt, moet Manuela de zorg geven die ze zelf nooit ontvangen heeft. En dat valt haar zwaar. ‘Ik moet er zijn voor een moeder die er niet voor mij was’ MANUELA IS MENTOR VAN HAAR MOEDER

RkJQdWJsaXNoZXIy NzkyMjk=