Stemmen met een beperking: meest gestelde vragen

Ik ben anders net als jijJij bent anders net als ik

Er zijn veel vragen rondom de rechten en plichten van mensen met een beperking bij het kiesrecht. In dit artikel beantwoorden we graag een aantal vragen voor je. 

Handige, actuele weetjes vooraf:

  • In verband met corona heeft de overheid een aantal maatregelen genomen voor de Tweede Kamerverkiezingen van 17 maart 2021.
  • Speciaal voor mensen met een verstandelijke beperking die voor het eerst of opnieuw mogen stemmen, is er een aangepast Kieskompas gemaakt met heel veel uitleg over de standpunten van de verschillende politieke partijen. 
  • Ook Steffie help graag een handje bij het stemmen via de website: hoewerktstemmen.nl.
  • Van alle stemmen die tijdens de verkiezingen worden uitgebracht, zijn er ruim 2 miljoen van mensen met een lichamelijke handicap, verstandelijke beperking, psychische kwetsbaarheid of chronische ziekte. Ben of ken jij een van deze 2 miljoen stemmers? En vind je dat politici nog veel te weinig doen voor mensen met een beperking? Doe dan mee aan de actie #2MiljoenStemmen.
  • Ieder(in) heeft op een rij gezet wat de partijprogramma's zeggen over mensen met een beperking.
  • Het Debat in Duidelijke taal. Kamerleden hebben hun best gedaan om in eenvoudige woorden te praten over drie stellingen van mensen met een verstandelijke beperking. 

Veelgestelde vragen 

Onderhandse volmacht

1. De persoon met een beperking en de gemachtigde wonen binnen één gemeente: onderhandse volmacht. 
Als iemand een ander namens zich wil laten stemmen, kan hij een onderhandse volmacht geven. Dit kan tot op de dag van de Tweede Kamerverkiezing. Zowel degene voor wie de stempas bestemd is als de gemachtigde vullen het volmachtbewijs op de achterzijde van de stempas van de volmachtgever in. Dat kan echter alléén als de gemachtigde in dezelfde gemeente woont als degene waar hij of zij voor gaat stemmen of als de gemachtigde zelf een kiezerspas heeft aangevraagd. Zie voor deze mogelijkheid verder onder punt 3. De persoon die voor de cliënt gaat stemmen moet (naast zijn eigen identiteitsbewijs) een kopie van het identiteitsbewijs van de cliënt meenemen en op het stembureau laten zien.

Schriftelijke volmacht

2. De persoon met een beperking en de gemachtigde wonen niet in dezelfde gemeente: schriftelijke volmacht.
Woont degene die namens de persoon met een beperking gaat stemmen niet in dezelfde gemeente, dan kan de persoon met een beperking uiterlijk vijf dagen voor de verkiezing een schriftelijke volmacht aanvragen door een verzoekschrift naar de burgemeester van de gemeente waar hij woont te sturen. De gemeente van de cliënt (volmachtgever) vraagt de benodigde informatie op via het GBA (Gemeentelijke Basis Administratie). 

De gemachtigde ontvangt een volmachtbewijs waarmee hij namens de persoon met een beperking kan stemmen. (Hierbij hoeft hij overigens geen kopie van het identiteitsbewijs van de cliënt mee te nemen om op het stembureau te laten zien.) De gemachtigde moet wel in zijn eigen gemeenste stemmen. Het is niet mogelijk om een schriftelijke volmacht in te trekken. Als een volmacht schriftelijk is aangevraagd, wordt de stempas van de persoon met een beperking immers ongeldig verklaard.

Stemmen op een locatie naar keuze: kiezerspas

Indien een gemachtigde liever wil stemmen in de plaats van de persoon met een beperking, kan hij een kiezerspas aanvragen in de gemeente waar hij woont. De kiezerspas geeft hem de mogelijkheid om in het hele land te stemmen, dus ook in de gemeente waar de persoon met een beperking woont. In dit geval kan de persoon met een beperking wel een onderhandse volmacht geven, omdat degene die door de persoon met een beperking wordt gemachtigd in dezelfde gemeente als de persoon met een beperking kan stemmen. De persoon die voor de cliënt gaat stemmen moet - naast zijn eigen identiteitsbewijs - een kopie van het identiteitsbewijs van de cliënt meenemen en op het stembureau laten zien.

Een kiezerspas kan tot uiterlijk vijf dagen voor de stemming schriftelijk worden aangevraagd. De kiezerspas kan ook mondeling worden aangevraagd bij het gemeentehuis. Dat kan tot uiterlijk 12.00 uur op de dag voor de stemming. Dit verzoek wordt gericht aan de burgemeester van de gemeente waar men staat ingeschreven. Hiervoor is een formulier beschikbaar (model K 6) bij de gemeente. Een aanvraag wordt vaak ingediend voordat men een stempas heeft ontvangen. Heeft men al een stempas in huis, dan moet deze bij het verzoek worden gevoegd. Overigens kan een persoon met een beperking die zelf in een andere gemeente wil stemmen uiteraard ook een kiezerspas voor zichzelf aanvragen.

Niet in staat om te tekenen

Kiezers die niet in staat zijn tot het plaatsen van een handtekening kunnen door middel van zowel een schriftelijke als een onderhandse volmacht hun stem uitbrengen. Op het identiteitsdocument staat dan de opmerking `niet in staat tot tekenen'. De schriftelijke of onderhandse volmacht is door deze kiezers niet ondertekend. De gemeente of het stembureau controleert in deze gevallen of de opmerking ‘niet in staat tot tekenen' ook in het identiteitsdocument staat. Als dit niet het geval is, kan de volmachtstem niet worden uitgebracht. Ten slotte geldt voor alle drie vormen van volmacht nog het volgende: volmachtgever en gemachtigde moeten voor dezelfde verkiezing kiesgerechtigd zijn. De gemachtigde kan een volmachtstem uitsluitend tegelijk met zijn eigen stem uitbrengen.

Wie mogen er stemmen?

Iedere Nederlander van achttien jaar of ouder mag stemmen. Het kiesrecht is een strikt persoonlijk recht en kan alleen op initiatief van de kiezer zelf worden overgedragen op iemand anders. Ook kiezers die onder curatele of mentorschap staan, kunnen stemmen.

Wat moeten zorgaanbieders met de stempassen van hun cliënten doen?

Kiesgerechtigden krijgen - uiterlijk veertien dagen voor de verkiezingen - op hun huisadres een een stempas toegestuurd van de gemeente waar zij ingeschreven staan. De stempas is bestemd voor de cliënt en moet door de zorgaanbieder aan de cliënt worden overhandigd. De stempas mag de cliënt niet worden onthouden (ook niet als de cliënt wilsonbekwaam is).

Het is belangrijk dat de cliënten tijdig beschikken over de stempassen. Het komt soms voor dat zorgaanbieders de stempas vlak vóór of pas op de verkiezingsdag aan hun bewoners geven. Dit om te voorkomen dat mensen de stempas kwijtraken. Maar dan is de cliënt niet altijd meer in de gelegenheid iemand anders een volmacht te geven om namens hem te stemmen. Of ze kunnen dan, als blijkt dat ze geen stempas hebben ontvangen, niet meer tijdig een vervangend exemplaar aanvragen. Om te kunnen stemmen, is het ook nodig een geldig identiteitsbewijs mee te nemen. Kiezers die geen legitimatiebewijs (meer) willen aanvragen, maar toch hun stem willen uitbrengen, kunnen dat ook doen door middel van een volmacht.

De cliënt beslist zelf bij iedere verkiezing (of hij dit nu kan of niet) of hij wel of niet gebruik maakt van het kiesrecht. Heeft de cliënt geen gebruik gemaakt van zijn stempas, dan kan de zorgaanbieder de stempas van de cliënt pas weggooien nadat de verkiezingen hebben plaatsgevonden.

Wat is de rol van de vertegenwoordiger?

Als de cliënt een vertegenwoordiger heeft, dan moet nog steeds de stempas aan de cliënt worden gegeven. Het verdient aanbeveling dat de zorgaanbieder de vertegenwoordiger op de hoogte stelt dat zij de stempas aan de cliënt heeft gegeven. De vertegenwoordiger en/of de zorgaanbieder kan de cliënt voorlichten over de verkiezingen en hem vaardigheden bijbrengen over de uitoefening van het kiesrecht. Van de vertegenwoordigers en de zorgaanbieder mag verwacht worden dat zij neutraal zijn bij het bespreken van het kiesrecht met de cliënt.

Hoe kan een cliënt iemand anders voor zich laten stemmen?

Een cliënt kan iemand anders voor zich laten stemmen. Het spreekt voor zich dat de cliënt en de vertegenwoordiger een gesprek hebben over de uit te brengen stem van de cliënt. Als de cliënt niet in staat is om naar het stembureau te gaan, moet de cliënt het volmachtbewijs op zijn eigen stempas invullen en ondertekenen. De handtekening van de cliënt op het volmachtbewijs dient identiek te zijn aan de handtekening op zijn identiteitsbewijs. De persoon die voor de cliënt gaat stemmen moet ook op de stempas van de cliënt een handtekening zetten. Deze persoon moet een kopie van het identiteitsbewijs van de cliënt meenemen en op het stembureau afgeven. De persoon die voor de cliënt stemt moet de volmachtstem tegelijk uitbrengen met zijn eigen stem. De persoon die wordt gemachtigd, mag maximaal twee volmachten aannemen. Iedereen die zelf gaat stemmen moet zijn identiteitsbewijs tonen op het stembureau.

Mag een cliënt een hulpverlener machtigen om voor hem te stemmen?

Juridisch gezien mag dit, maar het is ongewenst. De cliënt kan zijn vertegenwoordiger of andere naasten machtigen. Is er echt niemand aanwezig in de naaste kring van de cliënt dan kan een hulpverlener gevraagd worden. De hulpverlener moet volgens de wil van de cliënt stemmen. Voor de goede orde: alleen de cliënt zelf kan iemand machtigen om voor hem te stemmen.

Wie brengt de cliënt naar het stembureau om zijn stem uit te kunnen brengen?

Het is belangrijk dat de cliënten worden geholpen gebruik te maken van hun kiesrecht. In eerste instantie ligt deze hulpverlening bij de vertegenwoordiger, familie of andere naasten. Dit betekent dus dat zij er in beginsel voor moeten zorgen dat de cliënt bij het stembureau kan komen. Zijn zij hiertoe niet in staat of bereid, dan kan de zorgaanbieder hiervoor zorgdragen. Hiervoor kan door de instelling een eigen bijdrage worden gevraagd aan de cliënt. Over de hoogte van deze eigen bijdrage wordt vooraf overleg gepleegd met de cliënt of diens vertegenwoordiger. De zorgaanbieder kan hiervoor ook vrijwilligers inschakelen. Kiezers kunnen hun stem uitbrengen in een stembureau naar keuze binnen hun eigen gemeente.

Wie bepaalt in het stembureau of iemand zijn wil kan bepalen?

Niemand. In het stembureau bekijkt de medewerker van het stembureau of iemand zelfstandig kan stemmen. Hij beoordeelt niet de wil.

Wanneer en aan wie mag in het stembureau bijstand worden verleend?

Indien een kiezer een lichamelijke beperking heeft, mag bijstand worden verleend. Bij bijstandsverlening gaat het om het bieden van (fysieke) ondersteuning aan een kiezer bij het uitbrengen van zijn stem. De bijstand kan ook bestaan uit het, volgens de wil van de kiezer, invullen van het stembiljet.
Heeft iemand een verstandelijke beperking, dan mag geen bijstand worden verleend. Wel is het mogelijk dat buiten het stemhokje een begeleider of medewerker van het stembureau eerst uitleg geeft over het gebruik van het stembiljet en hoe gestemd moet worden. De cliënt mag niet tot in het stemhokje worden begeleid.

Samengevat

1. Iedere Nederlander boven de achttien jaar mag stemmen.
2. De zorgaanbieder overhandigt de stempas aan de cliënt.
3. Maakt de cliënt geen gebruik van zijn stempas, dan kan de zorgaanbieder de stempas van de cliënt pas weggooien nadat de verkiezingen hebben plaatsgevonden.
4. De cliënt mag iemand anders voor zich laten stemmen.
5. Hulp bij het vervoer naar het stembureau is de verantwoordelijkheid van de cliënt of zijn vertegenwoordiger. Kan hij of zij dat niet of is hij of zij daartoe niet bereid dan kan de instelling daarvoor zorgen. Over eventuele kosten daarvan wordt vooraf overlegd.
6. In het stembureau wordt niet gekeken of iemand zijn wil kan bepalen.
7. Hulp in het stemhokje is alleen mogelijk voor mensen met een fysieke beperking. Aan mensen met een verstandelijke beperking kan er uitleg worden gegeven, buiten het stemhokje, over het gebruik van het stembiljet.